Verfrissend Anders.....
Welkom Verzekeringen Sparen Hypotheken Pensioen Belastingen Relatieservice Contact Downloads Links Sitemap
Wie voor het eerst gaat werken, van baan wisselt of werkloos wordt, staat vooral stil bij zijn inkomen. Maar het is minstens zo belangrijk om na te gaan hoe het zit met uw pensioen. Pensioen is ’uitgesteld loon’, inkomen voor als je later niet meer werkt. Daarvoor zetten jij (via je salaris) en je werkgever tijdens je werkzaam leven beetje bij beetje geld weg. Da´s mooi. Dan heb je straks meer dan alleen AOW. Hou dus in de gaten hoe het met de pensioenregeling zit als er iets in je werksituatie verandert! Zet je oude regeling af tegen de nieuwe.
Veranderingen in uw pensioenopbouw
Waarom zou je bij je pensioen moeten stilstaan als je gaat trouwen of kinderen krijgt? Omdat je er via je pensioenregeling voor kunt zorgen dat je partner en kinderen financieel goed achterblijven als jij komt te overlijden.
Trouwen of samenwonen
Weet jij hoe je partner financieel achterblijft als jij wegvalt? Of andersom? Als je een pensioenregeling hebt, krijgt je partner na jouw overlijden vaak een uitkering: nabestaanden- of partnerpensioen. Raadpleeg voor de zekerheid je pensioenreglement of doe navraag bij je pensioenuitvoerder. Is dat bij jullie goed geregeld? Let op of:
·
je huwelijk of samenwonen moet aanmelden bij je werkgever en/of pensioenuitvoerder
·
er uitzonderingen zijn in de pensioenregeling
·
dit je eerste of tweede huwelijk is
·
de uitkering voldoende is om van te leven. Het is namelijk minder dan je huidige salaris en minder dan je pensioen
·
je partner aanspraak kan maken op een nabestaandenuitkering (Anw) van de overheid
Ben je niet getrouwd of is je relatie niet geregistreerd bij de burgerlijke stand? Dan is er kans dat de partner met wie je ongehuwd samenleeft, na je overlijden géén partnerpensioen krijgt. In nogal wat pensioenregelingen is er helemaal geen partnerpensioen geregeld voor de niet geregistreerde partner. Als dat wel het geval is stellen pensioenregelingen dan eisen aan de duur van je relatie. De vereiste termijn kan variëren van een half tot wel vijf jaar. Of een samenlevingsovereenkomst is verplicht. Voldoe je niet aan de eisen, dan kan je partner na je overlijden geen aanspraak op maken op een partnerpensioen. Even checken dus!
Sommige pensioenregelingen bieden de keuze om wel of niet iets te regelen voor als jij overlijdt. Heel vaak is dat het geval bij beschikbare premieregelingen. Ook in middelloonregelingen en eindloonregelingen kun je vaak zelf keuzes maken. Toen je nog alleenstaand was heb je er waarschijnlijk voor gekozen niets te regelen voor een partner. Als je gaat trouwen of samenwonen moet je daar even bij stilstaan. Als je partner van jouw inkomen afhankelijk is en zelf niet genoeg verdient, moet je je keuze herzien. Zorg ervoor dat je de wijziging van je keuze op tijd meedeelt aan je pensioenuitvoerder.
Uitzonderingen
Trouw je pas na je pensionering (of ga je daarna pas samenwonen), dan krijgt je partner na je overlijden géén partnerpensioen.
Als jij en je partner veel in leeftijd verschillen, dan komt het nogal eens voor dat het partnerpensioen wordt gekort. Heeft je veel jongere overblijvende partner geen eigen inkomen, dan kan hij of zij dus in de problemen komen. Kijk je pensioenregeling hierop na en bespreek samen of je iets aanvullends moet regelen.
Tweede huwelijk
Benje ooit gescheiden? Denk er dan aan dat het partnerpensioen voor je nieuwe partner verminderd wordt met het bedrag dat je ex krijgt aan bijzonder partnerpensioen. Het kan dus zijn dat je nieuwe partner daardoor na jouw overlijden te weinig inkomen heeft.
Anw
De kans dat je partner een uitkering van de overheid krijgt vanuit de Algemene nabestaandenwet (ANW) wordt steeds kleiner. Je partner moet dan:
·
op de dag van jouw overlijden jonger zijn dan 65 jaar én
·
geboren zijn vóór 1 januari 1950 of
·
kinderen hebben die jonger zijn dan 18 jaar of
·
voor meer dan 45% arbeidsongeschikt zijn.
Ook is de Anw-uitkering gering. Kijk voor meer informatie op www.svb.nl.
Je kunt dus nu al nagaan of je partner voor zo'n ANW-uitkering in aanmerking komt. Is dat niet zo? Heeft je partner een eigen inkomen? Tref tijdig maatregelen tegen de financiële gevolgen van je overlijden. Sluit bijvoorbeeld een Anw-hiaatverzekering af.
Kinderen krijgen
Voor je kinderen is er meestal automatisch een wezenpensioen na je overlijden. Je hoeft je kind na de geboorte niet apart aan te melden. Helemaal zeker is dat echter niet. Je kunt het beste hierover je pensioenreglement raadplegen of navraag doen bij je pensioenuitvoerder. Dan kom je ook te weten tot welke leeftijd ze een wezenpensioen krijgen en hoe hoog het bedrag is.
Verandering van baan...
Trouwen, kinderen, samenwonen...
Echtscheiding...
Overlijden...
Buitenland...
Bij (echt-)scheiding denk je vooral aan de verdeling van de gemeenschappelijke boedel, de alimentatie en de voogdij. Maar zowel een scheiding als een scheiding van tafel en bed heeft bijna altijd ook grote gevolgen voor je pensioen. Dat moet je verdelen met je ex. Hoe die verdeling in zijn werk gaat is wettelijk vastgelegd (klik hier om te lezen hoe je hiervan kan afwijken).
Bij de verdeling kijk je naar twee pensioensoorten: het partnerpensioen en het ouderdomspensioen.
Partnerpensioen
Belangrijk te weten is of in jouw pensioenregeling het partnerpensioen wordt opgebouwd of ‘op risicobasis is verzekerd’. In dat laatste geval heeft je ex geen aanspraak op een uitkering als jij komt te overlijden.
Voor partnerpensioen dat wordt opgebouwd is in de wet geregeld dat je ex-partner recht heeft op een bijzonder partnerpensioen. Het bijzonder partnerpensioen is het partnerpensioen dat tot de datum van scheiding is opgebouwd. Het wordt een bijzonder pensioen genoemd omdat het na overlijden van de (gewezen) deelnemer uitbetaald wordt op een moment dat de ex-partner niet meer met de deelnemer of ex-deelnemer getrouwd is, en dus eigenlijk ook geen weduwe of weduwenaar is. Ook partners hebben recht op zo’n bijzonder partnerpensioen. Dat geldt niet alleen voor geregistreerde partners maar ook voor niet geregistreerde partners.
En als je hertrouwt? Denk er dan aan dat het partnerpensioen voor je nieuwe partner verminderd wordt met het bedrag dat je ex krijgt aan bijzonder partnerpensioen. Het kan dus zijn dat je nieuwe partner daardoor na jouw overlijden te weinig inkomen heeft.
Ouderdomspensioen
In de Wet pensioenverevening is bepaald dat het pensioen bij scheiding ‘verevend’ wordt. Dat wil zeggen dat de ex recht heeft op de helft van het pensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. Dat geldt zowel voor een gewone echtscheiding als voor de scheiding van tafel en bed.
De ex krijgt zijn/haar deel van het pensioen pas vanaf de datum dat de ander met pensioen gaat. Wanneer de scheiding binnen twee jaar is gemeld aan de pensioenuitvoerder, moet de pensioenuitvoerder het pensioendeel van de ex-partner rechtstreeks uitbetalen. Veel mensen vinden dat prettig, omdat ze dan niet afhankelijk zijn van de welwillendheid van de ex-partner. Wordt de scheiding pas na twee jaar gemeld, dan vervalt het recht op rechtstreekse uitbetaling door de pensioenuitvoerder. Het recht op uitbetaling blijft, maar het aandeel moeten ze dan zelf bij hun ex opeisen. Het formulier om de scheiding te melden kun je downloaden via www.postbus51.nl.
Het deel van je pensioen dat aan je ex wordt toebedeeld, wordt uitgekeerd zolang jullie allebei in leven zijn. Na overlijden van je ex-partner, krijgt degene die het pensioen had opgebouwd weer het volledige pensioen. Als jij eerder overlijdt dan je ex-partner, dan stopt de uitkering. Mogelijk krijgt je ex dan nog wel een bijzonder partnerpensioen.
Conversie
Je mag van de wettelijke regeling van pensioenverdeling afwijken. De belangrijkste afwijking van de standaardverdeling is conversie. Bij conversie worden het aandeel in het ouderdomspensioen en de waarde van het eventuele bijzonder partnerpensioen omgezet in één pensioenrecht voor de ex.
Conversie kan voor de ex aantrekkelijk zijn omdat hij/zij dan zelf kan bepalen wanneer het pensioen ingaat. Het kan echter ook nadelig zijn omdat de ex na het overlijden van de voormalige partner het partnerpensioen misloopt. De ex-partner die voor conversie kiest, moet dus volledig in het eigen onderhoud kunnen voorzien. In veel situaties waarin alimentatie wordt ontvangen, is dit niet het geval. Conversie kan ook nadelen hebben voor degene die het pensioen heeft opgebouwd. Bij verevening zou je na overlijden van de ex-partner weer je volledige ouderdomspensioen krijgen. Bij conversie gaat dat niet op, want dan doe je definitief afstand van de helft van je ouderdomspensioen.
Weleens over nagedacht wat er gebeurt als je overlijdt? Hoe blijven je partner en kinderen dan achter? Dat regel je via je pensioen. Wat ze krijgen is mede afhankelijk van het tijdstip van overlijden:
·
voor je pensioendatum
·
na je pensioendatum
Overlijden vóór de pensioendatum
Het pensioen voor je nabestaanden is vaak minder dan je denkt. Het is meestal 70% van je bereikbare ouderdomspensioen. Is je partner 65, dan krijgt zij of hij ook AOW. Het is nog maar de vraag of je nabestaande bovenop het partnerpensioen nog een (volledige) Anw-uitkering krijgt van de overheid. Die kans is niet groot. Klik hier voor de voorwaarden. Lang niet elke pensioenregeling kent een voorziening om het gemis aan Anw te compenseren.
Het is dus belangrijk om goed te kijken wat je partner krijgt als jij komt te overlijden.
Dat geldt zeker omdat tegenwoordig in veel pensioenregelingen het partnerpensioen ‘op risicobasis' is verzekerd. Zo’n pensioen vervalt bij ontslag. Bij wisseling van baan heb je dan altijd een tekort aan partnerpensioen. Tenzij je bij je ontslag een deel van je ouderdomspensioen hebt omgeruild in partnerpensioen.
Daar komt nog bij dat je, als je eens gescheiden bent, een het deel van het partnerpensioen hebt moeten afstaan aan je ex. Als je na echtscheiding opnieuw trouwt, krijgt je nieuwe partner daardoor een aanzienlijk lagere uitkering als je komt te overlijden. Het is soms nodig om aanvullende maatregelen te nemen, zeker als je nieuwe partner volledig van jouw inkomen afhankelijk is.
Tenslotte kennen veel pensioenregelingen een korting op het partnerpensioen als jij en je partner meer dan 10 jaar in leeftijd verschillen. Die korting bedraagt vaak 2,5% voor elk jaar dat het leeftijdsverschil groter is dan 10 jaar. Tegen deze korting wordt overigens vaak bezwaar gemaakt, omdat sprake zou zijn van ongelijke behandeling tussen vooral mannen en vrouwen. De jongere partner is immers vaak een vrouw. Meer dan eens heeft de Commissie gelijke behandeling de korting op de uitkering aangemerkt als ongeoorloofde ongelijke behandeling. Hoe dan ook, in veel gevallen kan het partnerpensioen behoorlijk tegenvallen.
Overlijden na de pensioendatum
Bijna alle pensioenregelingen bepalen dat je vóór de pensioendatum moet zijn getrouwd, geregistreerd of moet samenwonen. Wanneer je pas na je pensionering trouwt of gaat samenwonen, heeft je partner gewoonlijk geen recht op een uitkering na jouw overlijden.
Tegenwoordig is in veel pensioenregelingen het partnerpensioenpensioen ‘op risicobasis' verzekerd. Dan is er bij overlijden na de pensioendatum geen uitkering voor de partner. Pensioenregelingen bieden daarom de mogelijkheid om op de pensioendatum een deel van het ouderdomspensioen in te ruilen voor een partnerpensioen. Dan is er na je overlijden dus wel een uitkering voor je partner. Deze uitkering is echter lager dan het partnerpensioen dat je partner zou hebben gekregen bij overlijden vóór je pensioendatum. Je ouderdomspensioen wordt immers verlaagd door de ruil. Het partnerpensioen is 70% van dat lagere ouderdomspensioen.
Heb je in je pensioenregeling partnerpensioen opgebouwd (recent of in het verleden), dan blijft dat bij pensionering behouden. Ga na hoeveel dat is en of het voldoende is om van te leven. Je kunt het opgebouwde partnerpensioen inruilen voor een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen. Dat kun je bijvoorbeeld doen als je geen partner (meer) hebt, of als je partner in haar of zijn eigen inkomen kan voorzien. Let wel: als je het partnerpensioen inruilt, is er na je overlijden geen uitkering voor je partner. Zij (of hij) moet daar dus mee instemmen.
Wonen of werken in het buitenland. Het klinkt spannend. Maar pas op: het heeft gevolgen voor je:
·
AOW
·
Pensioen
AOW
Wie tussen zijn 15e en 65e niet permanent in Nederland heeft gewoond, krijgt later minder AOW. Dit geldt dus ook voor mensen die pas later in Nederland zijn komen wonen. Voor elk jaar dat je tussen je 15e en 65e niet in Nederland woonde, krijg je 2% minder AOW. Stel je komt op je 20e naar Nederland. Dan krijg je 10% (20-15=5 maal 2%) minder AOW.
Voorbeeld
Isa woont vanaf haar 35ste in Nederland. Zij mist dus 20 jaren AOW-opbouw. In plaats van de volledige AOW voor een samenwonende krijgt zij maandelijks een uitkering die 40% (20 maal 2%) lager is.
Je kunt je ‘vrijwillig verzekeren’, zodat je geen AOW misloopt. Wat dat betekent, wat dat kost en hoe je dat aanvraagt, lees je op www.svb.nl.
Aanvullende bijstand
Krijg je geen volledige AOW? Let dan even op! Wanneer je geen volledige AOW krijgt en verder geen of weinig andere inkomsten hebt, kom je misschien in aanmerking voor aanvullende bijstand. Er is een aparte bijstandsnorm voor ouderen met een gekorte AOW, waardoor zij evenveel ontvangen als ouderen met een ongekorte AOW. Meer informatie hierover kun je krijgen bij de afdeling Sociale Zaken van je gemeente.
Wat als je in Nederland woont en werkt en je werkgever stuurt je voor een korte tijd naar een buitenlandse vestiging van het bedrijf? Dan kan het zijn dat je in aanmerking komt voor een detacheringsverklaring. En daarmee is het AOW-probleem opgelost. Ook zelfstandigen kunnen een detacheringsverklaring krijgen. Voor een lijst van de landen waarvoor deze detacheringsverklaring aangevraagd kan worden en de voorwaarden waaraan je moet voldoen, kun je terecht op www.svb.nl.
Ook als je na je 65e in het buitenland woont of gaat wonen, kan dat effect hebben op je AOW. Klik hier voor meer informatie.
Pensioen
Niet alleen voor je AOW, ook voor je pensioen kan een verhuizing naar het buitenland gevolgen hebben. Je blijft recht houden op het pensioen dat je in Nederland hebt opgebouwd. Als je een detacheringsverklaring (zie www.svb.nl) hebt, kun je in principe de pensioenopbouw bij je Nederlandse werkgever voortzetten. Dat kan anders liggen als je langer in het buitenland gaat werken of naar een land gaat buiten de EU waarmee Nederland geen nadere afspraken heeft. Wel is het dan vaak mogelijk met je werkgever af te spreken dat je de jaren pensioenopbouw die je gaat missen bij terugkeer in Nederland weer kunt inhalen. Het kan ook zijn dat je pensioen moet opbouwen in het land waar je aan de slag gaat. De regels omtrent pensioenopbouw als je tijdelijk in het buitenland werkt, zijn nogal ingewikkeld. Vraag je werkgever hoe het in jouw situatie geregeld is.
Na je pensionering naar het buitenland
Als je in Nederland woont en 65 bent krijg je AOW. Maar hoe zit dat als je in het buitenland woont en wel in Nederland verzekerd bent geweest voor de AOW?
Dat is heel simpel: Je hoeft niet in Nederland te wonen om je AOW te krijgen. Je kunt je AOW ook ontvangen als je in het buitenland woont. Maar je moet wel even goed opletten.
Omdat de hoogte van de AOW-uitkering afhankelijk is van je woonsituatie, is wettelijk geregeld dat de alleenstaandenuitkering en de toeslag op de AOW (als je partner nog geen 65 jaar is) alleen wordt uitbetaald als je in een land woont waarmee Nederland afspraken heeft gemaakt over de naleving van de regels en de controle daarop.
Die afspraken zijn in elk geval gemaakt met de landen van de Europese Unie en ook met een aantal andere landen. Op de site van de Sociale Verzekeringsbank (www.svb.nl) kun je nagaan of zo’n afspraak is gemaakt met het land waarin jij woont of wilt gaan wonen.
Is er geen afspraak met het land waarin je woont of wilt gaan wonen? Dan krijg je wel AOW, maar dat is dan de AOW-uitkering voor een samenwonende. Als je alleenstaand bent krijg je niet de alleenstaandenuitkering en als je partner jonger is dan 65 jaar, krijg je evenmin een toeslag op de AOW.
Als je van plan bent om te verhuizen, is het goed om te weten of je straks je volledige AOW-uitkering nog wel ontvangt.
Waar je ook woont: je zult over je AOW en je werknemerspensioen inkomstenbelasting moeten betalen. Of je in Nederland of in het buitenland belasting verschuldigd bent, hangt af van afspraken tussen Nederland en het land waar je gaat wonen. Met een aantal landen heeft Nederland belastingverdragen die bepalen dat je in je nieuwe woonland belasting betaalt. Als je bijvoorbeeld in Spanje woont, is je pensioen niet in Nederland belast, maar in Spanje. Informeer bij het Informatiecentrum Belastingdienst Buitenland met welke landen Nederland dit soort verdragen heeft. Het adres is:
Belastingdienst kantoor Buitenland
Postbus 2865
6401 DJ Heerlen
Telefoon (055) 53 85 385
Openingstijden maandag t/m vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur
Deeltijd/verlof...
Wil je minder dan 40 uur (gaan) werken of lang verlof opnemen? Dan denk je vaak alleen aan de (leuke) dingen die je wilt gaan doen. Maar realiseer je dat er ook een schaduwzijde aan zit. Je gaat meestal niet alleen achteruit in salaris, maar ook in pensioen. Dat betekent dat je later minder geld hebt om van te leven. Denk daar even over na.
·
Werken in deeltijd
·
Langdurig, ouderschaps- en zwangerschapsverlof
·
Levensloopregeling
Werken in deeltijd
Als je werkgever een pensioenregeling heeft, geldt die ook voor parttimers. Kent de regeling een drempel dan schrijft de wet voor dat het loon van de parttimer moet worden herleid tot een voltijdsalaris. Dat lijkt ingewikkeld, maar een voorbeeld verduidelijkt het.
Je werkt in een bedrijf met een pensioenregeling waarin een franchise wordt gebruikt van € 19.000. Dus je bouwt alleen pensioen op over je salaris boven de € 19.000. Als je in deeltijd (50%) werkt met een deeltijdsalaris van € 17.000,-, dan zou je dus geen pensioen opbouwen. Daarom wordt je salaris herleid naar een voltijdsalaris. Dit salaris komt dan uit op € 34.000. Van dit salaris wordt de franchise ( € 19.000) afgehaald en je houdt dan een pensioengrondslag van € 15.000 over. Als het opbouwpercentage in de pensioenregeling 1,75% is en je werkt 50% dan bouw je ieder jaar € 131,25 aan pensioen op (0,5 x 0,0175 x 15.000).
Ga je in deeltijd werken in de tien jaar voorafgaande aan je pensioendatum dan mag je pensioen blijven opbouwen over je fulltime salaris. Maar let op! Het feit dat dit wettelijk is toegestaan betekent zeker niet dat het in iedere pensioenregeling ook automatisch gebeurt. Raadpleeg dus je pensioenregeling of neem hierover contact op met je pensioenuitvoerder.
Let wel: als je parttime werkt, gaat de pensioenregeling er vanuit dat je parttime blijft werken. Dat heeft vooral gevolgen voor de uitkering aan je partner (nabestaandenpensioen) als jij tijdens die periode komt te overlijden. Die uitkering zal aanzienlijk lager zijn dan wanneer je fulltime werkt en volledig pensioen opbouwt. Ben je van plan maar kort in deeltijd te werken dan moet je je dit effect op het partnerpensioen goed realiseren.
Voor arbeidsongeschikt worden geldt hetzelfde: die uitkering wordt ook afgeleid van je parttime salaris en is dus aanzienlijk lager, ook al heb je daarvoor altijd fulltime gewerkt.
Verlof
Slechts weinig pensioenregelingen bepalen wat er tijdens een langdurig verlof met je pensioen gebeurt. En als je tijdens je verlof geen pensioen opbouwt, kun je wel eens van een koude kermis thuiskomen. Het effect van een jaartje vrijaf op het ouderdomspensioen is te overzien. De pijn zit vaak bij het partner- en het arbeidsongeschiktheidspensioen.
Maar gelukkig is er goed nieuws! Met ingang van 1 januari 2008 blijft in je pensioenregeling het partnerpensioen gewoon op peil als je verlof neemt voor een periode van ten hoogste 18 maanden.
Overweeg je voor die datum van een verlofregeling gebruik te maken? Bespreek vooraf met je werkgever of pensioenuitvoerder hoe je de risico's van overlijden en arbeidsongeschiktheid tijdens de verlofperiode kunt afdekken tot het oorspronkelijke niveau. Desnoods voor eigen rekening.
Dat geldt voor langdurig verlof maar ook voor bijvoorbeeld ouderschapsverlof.
Tijdens het zwangerschapsverlof hoef je je geen zorgen te maken over je pensioen. Je salaris loopt gewoon door en de pensioenopbouw dus ook.
Levensloopregeling
Met ingang van 2006 is de levensloopregeling ingevoerd. In de levensloopregeling mag je jaarlijks 12% van je inkomen opzij zetten. Was je op 1 januari 2005 tussen de 50 en 55 jaar, dan mag je nog meer bedrag sparen. Je spaart vanuit je bruto inkomen. Het tegoed wat je zo opbouwt mag maximaal 210% van je salaris bedragen.
Het tegoed uit de levensloopregeling mag je gebruiken voor de financiering van verlofperiodes. De uitkering is dan belast. Je krijgt echter wel een levensloopkorting van
€ 188 voor elk jaar dat je deelgenomen hebt aan de levensloopregeling.
Het tegoed uit de levensloopregeling mag je ook doorsluizen naar je ouderdomspensioen of gebruiken om eerder te stoppen met werken.
Terug
Terug
Pensioen
Pensioen
Terug
Pensioen
Terug
Pensioen
Terug
Pensioen
Zelfstandige...
Als zelfstandig ondernemer bouwt u geen pensioen op en heb je op je 65e dus alleen AOW. Slechts een aantal beroepsgroepen heeft een verplichte beroepspensioenregeling. Zo’n regeling geldt dan juist voor zelfstandigen. Meestal is er dus geen regeling en moet je als zelfstandig ondernemer zelf zorgen voor een aanvullend pensioen.
Daarvoor zijn verschillende mogelijkheden:
·
voortzetten van pensioenregeling
·
het vormen van een oudedagsreserve
·
het afsluiten van een lijfrenteverzekering
Overigens moet je als zelfstandig ondernemer ook zelf zorgen voor een inkomen bij arbeidsongeschiktheid. De premie voor je arbeidsongeschiktheidsverzekering behoort tot je bedrijfskosten.
Voortzetten pensioenregeling
Als je je dienstverband beëindigt om zelfstandig ondernemer te worden, is het in principe mogelijk om tien jaar lang vrijwillig en voor eigen rekening de pensioenregeling voort te zetten. Dat kan een goede keuze zijn. Let er echter wel op dat niet iedere pensioenregeling die mogelijkheid ook biedt. Als over die voortzetting niets vermeld staat in het pensioenreglement, vraag het dan even na bij je pensioenuitvoerder.
Oudedagsreserve
Als je bedrijf winst maakt, mag je een deel daarvan als oudedagsreserve op je balans opnemen. Daarvoor moet je ook wel echt een ondernemer zijn. Dat betekent onder meer dat je jaarlijks ten minste 1.225 uren voor de onderneming werkt. Je mag dan 12% van je jaarwinst toevoegen aan de reserve met een maximum dat jaarlijks bepaalt wordt.
De oudedagsreserve mag niet groter zijn dan het ondernemingsvermogen. Heb je premies moeten betalen voor een verplicht gestelde pensioenregeling, dan moet je deze premie in mindering brengen op het gestelde maximumbedrag. Elk jaar mag je opnieuw beslissen of je een deel van de winst als oudedagsreserve opneemt.
Let er wel op dat je met je oudedagsreserve niet echt een pensioen opbouwt. Je hebt alleen een fiscale reserve gevormd. Over die reserve moet je straks afrekenen met de fiscus.
De oudedagsreserve neemt verplicht af als:
·
het bedrag je ondernemingsvermogen overtreft
·
je de onderneming (deels) staakt
·
je 65 wordt
·
je geen 1.225 uur per jaar meer in de onderneming werkt.
Als de oudedagsreserve afneemt, wordt het bedrag van de afname weer bij je winst geteld.
Lijfrente
Je kunt ook voor je oudedag sparen via het afsluiten van een lijfrenteverzekering. Naast de gewone mogelijkheden van lijfrentepremieaftrek zijn er speciale mogelijkheden voor ondernemers. Je mag namelijk (een deel) van je oudedagsreserve omzetten in een lijfrente. Daarnaast mag je, als je de onderneming staakt, de stakingswinst omzetten in een lijfrente.
De hoogte van die aftrek hangt af van je leeftijd op het moment dat je met de onderneming stopt.
Terug
Pensioen
Arbeidsongeschiktheid...
Je hoopt het niet, maar het kan ook jou overkomen: arbeidsongeschikt worden. Heb je je weleens afgevraagd hoe het dan zit met je inkomen? Krijg je een uitkering vanuit je pensioenregeling en/of van de overheid (WIA of WAO)? Kun je daarvan rondkomen? Is het verstandig om nu al een aanvullende verzekering af te sluiten? En hoe gaat het verder met de opbouw van je pensioen als je (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt bent?
Sommige pensioenregelingen kennen, naast een ouderdoms- en nabestaandenpensioen, ook een arbeidsongeschiktheidspensioen. Dat krijg je als je arbeidsongeschikt bent. Het gaat om een aanvulling op de WIA-uitkering die je van de overheid krijgt. Was je vóór 1 januari 2004 al ziek, dan gaat het om een aanvulling op de WAO.
Met ingang van 1 januari 2006 is er een nieuwe wettelijke regeling voor arbeidsongeschiktheid: de WIA. Met deze wet wordt getracht mensen zoveel mogelijk aan het werk te houden.
Er zijn binnen de WIA twee regelingen. De IVA geldt voor werknemers die voor meer dan 80% duurzaam arbeidsongeschikt zijn. Zij krijgen een uitkering van 70% van het salaris (dat salaris is wel gemaximeerd). Daarnaast is er de regeling voor werknemers die voor ten minste 35% gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn: de WGA.
Bij de WGA is het financieel altijd voordelig om meer te gaan werken. De WGA kent 2 uitkeringen. Eerst is er de loongerelateerde uitkering. De duur van deze uitkering is afhankelijk van het aantal jaren dat je gewerkt hebt.
Na de loongerelateerde uitkering kom je, als je nog steeds gedeeltelijk arbeidsongeschikt bent, in aanmerking voor een loonaanvulling of een vervolguitkering. De hoogte van de uitkering is afhankelijk van de mate waarin je je resterende verdiencapaciteit benut. Als je je verdiencapaciteit niet voldoende benut is de vervolguitkering een bedrag van 70% van het minimumloon, vermenigvuldigd met je arbeidsongeschiktheidspercentage.
Benut je echter je resterende verdiencapaciteit voor ten minste 50% dan krijg je een loonaanvulling. Als je je resterende verdiencapaciteit helemaal benut is je loonaanvulling 70% van het verschil tussen het gemaximeerde loon en je nieuwe loon. De loonaanvulling is ten minste gelijk aan het bedrag van de vervolguitkering.
Ook al kent de overheid een wettelijke regeling voor arbeidsongeschiktheid), dan nog is het de vraag of dat voldoende zal zijn om van te leven. Zet bijvoorbeeld je uitgaven eens op een rijtje.
Soms is er in de pensioenregeling een aanvullend arbeidsongeschiktheidspensioen geregeld voor het salarisgedeelte boven het maximumloon van de WIA.  
Voor het aanvullend arbeidsongeschiktheidspensioen geldt dat je bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid ook maar een gedeeltelijke uitkering krijgt.
Ga eens na in je pensioenregeling hoe hoog je uitkering is als je gedeeltelijk arbeidsongeschiktheid zou zijn. Heb je vragen, bel dan je pensioenuitvoerder.
Pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid
In bijna alle pensioenregelingen is geregeld dat je pensioenopbouw gewoon doorloopt als je arbeidsongeschikt bent. Voor het deel dat je werkt betaal je zelf de pensioenpremie, voor het deel dat je niet kunt werken, hoef je geen premie te betalen. Het is belangrijk om na te kijken hoe het in jouw pensioenregeling zit met de premievrijstelling als je gedeeltelijk arbeidsongeschikt bent. Het komt nogal eens voor dat er geen vrijstelling is als je minder dan 50 of 60% arbeidsongeschikt bent. De pensioenopbouw loopt dan dus alleen door voor het gedeelte dat je werkt.
Ook is het van belang om te weten of je opbouw wordt voortgezet op basis van je laatstverdiende salaris of dat dit laatste salaris steeds aangepast wordt aan de algemene loonontwikkeling. Het zal duidelijk zijn dat dat laatste veel gunstiger voor je uitpakt. In de meeste pensioenregelingen geldt dat je werkgever of jij de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid zelf moet aanvragen. Doe je dit niet, of ben je te laat, dan kan je pensioenopbouw stoppen.
Terug
Pensioen
Terug
Pensioen
Bron: www.pensioenkijker.nl    kijk voor meer informatie op www.pensioenkijker.nl